|
Zoals bij alle wijzigingen in de digitale configuratie, dient men eerst alle transformatoren van het lichtnet los te koppelen. Daarna verbindt men de
DELTA-Control 6604 met de rode aansluitdraad aan de rode aansluitklem van de digitale centrale. De bruine en de gele draad worden verbonden met de transformator. Vervolgens worden de bruine klemmen van de transformator en de
centrale met elkaar verbonden. De beide grijze aansluitbussen waaraan de DELTA-Pilot kan worden aangesloten, worden met elkaar verbonden. Nu sluit men nog de aansluitrail van de nieuw gebouwde extra stroomkring aan aan de rode en
bruine bus van de DELTA-Control 6604. De draaiknop van de DELTA-Control 6604 dient permanent in de rechter "STOP"-stand te staan, zodat hij als digitale Booster kan fungeren. Nu weer de transformatoren met het lichtnet
verbinden en klaar is Kees! |
|
|
Als u zeer langzaam over het scheidingspunt rijdt dan is het mogelijk dat u hiermee te maken krijgt. Een wipnok tussen de overgangen zorgt er voor dat
de sleper van de locomotief geen verbinding maakt tussen de twee verschillende stroomkrijgen. Dezelfde situatie treedt op als u nog een gedeelte van uw modelspoorbaan conventioneel wilt besturen. Ook dan moet u wipnokken tussen de
analoge en digitaal bestuurde railgedeeltes plaatsen. Deze wipnokken zijn te krijgen bij uw handelaar als onderdeel onder de volgende artikelnummers:
- 204595, voor C-rail, 5 stuks
- 385580, voor K-rail, 5 stuks
- 385550, voor M-rail, 5 stuks
De technische verklaring voor dit fenomeen is dat de Delta Control de stuurcommando's van de Control Unit ontvangt via een elektronische omweg, waardoor deze niet volledig synchroon lopen met de Control Unit zoals
de Booster dit doet, maar alleen de uitgang van de Control Unit versterkt doorgeeft. Door de extra elektronica in de Delta Control kan hierdoor een kleine faseverschuiving onstaan waardoor er aan weerzijden van het scheidingspunt
een andere ('wissel')spanning op de rails staat.
|
|